Fig. 1. Een contract om veen te winnen uit 1351 (Grootseminarie Brugge - foto JVA-Abdijmuseum).
Emma Backers, masterstudent geschiedenis aan de UGent, nam voor haar thesis een thema van de Duinenabdij op. We geven haar het woord om dat even toe te lichten.
Brandstof was van levensbelang voor een grote middeleeuwse abdij. Hout was toen de belangrijkste energiebron: het werd gebruikt om te koken, voor verwarming en voor ambachtelijke activiteiten. Maar wat gebeurde er wanneer dat hout schaars en duur werd?
Die vraag stelde men zich waarschijnlijk in de 14de eeuw ook in de abdij Ten Duinen. Na eeuwen van intensieve ontbossing werd hout steeds moeilijker te verkrijgen. De abdij moest op zoek naar alternatieve brandstoffen. Die vond ze in de omgeving van Veurne, waar veen kon worden ontgonnen en gedroogd tot turf.
In mijn masterproef onderzoek ik hoe de abdij zich van ca. 1340 tot 1370 van brandstof voorzag, en waarom ze daarvoor steeds meer naar deze moergronden begon te kijken.
De turfontginningen in kaart
Het belangrijkste bronnenmateriaal is een dertigtal verkoopakten van veengronden in de periode 1337-1364. Ze behoren tot het abdijarchief, dat bewaard wordt in het Grootseminarie Brugge. (Fig. 1) Dankzij deze aktes kunnen we verrassend precies reconstrueren waar de abdij moergronden verwierf en hoeveel, wat de prijs was en hoe die varieerde, wat de verkoopsvoorwaarden waren, en of bepaalde actoren steeds opnieuw opduiken. Zo is nogal wat grond gesitueerd in of rond de parochie Sint-Niklaas-Bewesterpoort (bij Veurne), en zien we regelmatig landeigenaar Thorrec van Den Brouke optreden.
De meeste aktes zijn rijk aan details. Ze bevatten vaak een vrij gedetailleerde plaatsbeschrijving en laten toe de economische context van deze aankopen beter te begrijpen. Door de gedetailleerde plaatsbeschrijvingen kunnen we de percelen ook ruimtelijk reconstrueren. Dat doen we aan de hand van een kaartboek van de Duinenabdij voor de Veurnse regio. Figuur 2 toont een voorbeeld: de kaart werd gemaakt in 1709 en toont land in Sint-Niklaas-Bewesterpoort. Perceel 16 draagt de naam ‘Priestersmeet’, een benaming die ook voorkomt in de 14de‑eeuwse akten. Of het om exact hetzelfde perceel gaat, blijft echter een voorzichtige hypothese.
Fig. 2. Op dit kaartje uit 1709 geeft nr. 16 de "Priestersmeet" van de Duinenabdij aan (Grootseminarie Brugge - foto Algemeen Rijksarchief).
Waarom begon de abdij met veenontginning?
De Duinenabdij lijkt veenaankopen stopgezet te hebben toen ze een bos kon kopen en zo weer zelf voor hout kon zorgen. Maar waarom ze met deze turfontginningen begon, weten we helaas niet. In de bronnen zelf wordt geen uitleg gegeven. Een voor de hand liggende verklaring is de toenemende schaarste aan hout, maar zekerheid hebben we niet. Ontgon de abdij ook voordien al veen? We weten het niet. Waren er geen oudere contracten, of zijn die oorkonden verloren gegaan? Dat is nu eenmaal het nadeel van werken met een historisch archief.
We moeten alvast ook andere verklaringen onderzoeken. Misschien speelde het klimaat een rol. In de aanloop naar de Kleine IJstijd daalden de temperaturen, en dat kon leiden tot een grotere vraag naar brandstof. Misschien beschikte de abdij pas onder abt Lambert Uppenbroeck over voldoende financiële middelen voor zo'n aankopen. Ook bredere regionale ontwikkelingen, bijvoorbeeld in de regio van de Vier Ambachten, kunnen een rol hebben gespeeld.
Om dit alles beter te begrijpen, kijk ik niet alleen naar de verkoopakten, maar ook naar andere bronnen, zoals de abdijkroniek die in de 15de eeuw werd geschreven door Adriaan de But.
Een turfspade (?) uit de site van de Duinenabdij (Abdijmuseum Koksijde, 38212).
Waarom is dit onderzoek relevant?
Mijn onderzoek focust op een vrij specifiek onderwerp: de turfontginning van de Duinenabdij tijdens enkele decennia. Toch raakt het aan bredere thema’s die ook vandaag relevant zijn.
Het gaat namelijk over energievoorziening, grondstoffen die schaarser worden en hoe mensen zich aanpassen aan veranderende omstandigheden. Daarnaast vertelt het onderzoek ons ook meer over de Vlaamse kuststreek en hoe menselijke activiteiten dat landschap doorheen de eeuwen hebben gevormd.
Door deze middeleeuwse documenten te bestuderen, krijgen we niet alleen een beter beeld van het dagelijkse functioneren van de abdij. Het onderzoek licht ook een sluier op van hoe het landschap rond Veurne geleidelijk veranderde naar hoe we het vandaag kennen.
Boeiend, toch?