Wat een middeleeuwse vloer uit de abtswoning vertelt
De handbeschilderde tegelvloer van Ten Duinen werd gevonden in de abtswoning, en dat is niet toevallig. De ruimte waarin zo’n dure vloer geplaatst werd, zegt veel over de context en de betekenis ervan. Hiervoor moeten we wat dieper ingaan op wat een abtswoning precies is en wie er daar (letterlijk) over de vloer komt.
Dat de vloer uniek is door zijn hoeveelheid handbeschilderde tegels met tinglazuur, is ondertussen al geweten. Maar waar niet dieper op is ingegaan, is het patroon van deze vloer, en hoe die zich verhoudt tot andere voorbeelden uit West-Europa. In dit artikel zetten we dit uiteen en willen we aan de hand van afbeeldingen het patroon en de verschillende soorten tegels die erin voorkomen, in de kijker zetten.
Een verhaal van macht en rijkdom: de abtswoning en haar functies
De abtswoning van de Duinenabdij onderging uitbreidingen en renovaties doorheen de tijd. Dit zorgde ervoor dat het vloerniveau telkens verhoogd werd. In de zaal met het haardvuur werden minimum vier vloerniveaus aangetroffen; op de handbeschilderde tegelvloer van ongeveer 1330, lag zo’n 50 cm puin met erbovenop een onversierde tegelvloer uit de 15de eeuw, vervolgens nog een onversierde tegelvloer en ten slotte een plankenvloer (fig. 1). Op de afbeelding is te zien hoe de palen waarop de plankenvloer berustte, de tegels doorboorden en onherroepelijk beschadigden. Een groot aantal tegels van de vloer uit circa 1330 heeft duidelijke slijtagesporen, wat wijst op intens gebruik van de vloer gedurende een langere periode.
De functie van een abtswoning of prelatuur is meer dan enkel de verblijfplaats van de abt. Het was een plek waar hij gasten ontving, met hen dineerde en waar hij werkte en zakendeed. Een abtswoning heeft vrijwel altijd een aparte toegang, zodat het hoofd van de abdij gasten kon ontvangen zonder het gemeenschapsleven te verstoren.
Vermoedelijk valt de gehele tegelvloer te interpreteren als een uitdrukking van prestige, van macht. De abt ontving er belangrijke gasten en diende macht en status uit te stralen om indruk te maken. Dat zie je in de thematiek. In verschillende abtswoningen keren heraldische en militaire motieven terug. In Ten Duinen is dit niet anders: de beschilderde tegelvloer bevatte heraldische leeuwen en adelaars. Daarenboven waren handbeschilderde tegels met tinglazuur erg duur om te maken en kwamen ze zelden voor in zo’n grote hoeveelheden. Voor een middeleeuwse gast werd het bij het betreden van de ruimte meteen duidelijk dat de abdij een hoge status genoot en financieel vermogend was.
De vloer valt te situeren onder het abbatiaat van Lambert Uppenbroeck (1318-1354), die de abdij uit haar financiële moeilijkheden haalde en zorgde voor de start van een nieuwe bloeiperiode. Het is dus best mogelijk dat hij een dergelijke vloer liet plaatsen als uiting van zijn hervonden financiële macht en om indruk te maken op zijn machtige vrienden, waaronder de graaf van Vlaanderen Lodewijk II van Nevers. Uiteindelijk blijft dit echter een theorie. Aangezien er geen akten of andere eigentijdse officiële documenten over de bestelling van de tegelvloer bekend zijn, kan men nooit met zekerheid de ware doelen, datering en kostprijs van de vloer achterhalen.
Het patroon van een middeleeuwse tegelvloer en de soorten tegels
Versierde tegelvloeren kwamen in de middeleeuwen voor in verschillende complexe patronen. De vloeren van de Duinenabdij zijn niet anders. Op figuur 2 en 3 is het patroon van de vloer van de abtswoning duidelijk zichtbaar. Hij bestond uit een geometrisch patroon van donkere en lichte monochrome tegels waar handbeschilderde siertegels in verwerkt waren (fig. 2, 3).
Dit werd omgeven door een omranding met twee brede stroken. De buitenste strook toont een pijlmotief en de binnenste een rij tinglazuurtegels, hoek tegen hoek geplaatst met langs weerszijden driehoekige, donkere tegels. (fig. 4).
De structuur van het patroon wordt duidelijk op de figuur 3. De rode vierkanten wijzen op de ensembles van negen tegels binnenin een geel kader van 24 tegels, telkens met een voorstelling van één of meerdere figuren. Ze worden afgewisseld met composities, bestaande uit vier leeuwen of adelaars met in het midden een siertegel zoals een portret. Deze composities zijn ook omrand door een geel kader. Een samengestelde compositie met vier adelaars is afgebeeld op de tekening uit La disposition générale du carrelage de la prélature à l'Abbaye des Dunes van Robert van Nerom uit 1962 (fig. 5). De blauwe vierkantjes tonen de posities van beschilderde tegels met afbeeldingen van mensen, dieren of fabelwezens.
Fig. 5. Tekening van een detail van de tegelvloer in de abtswoning afkomstig uit. Van Nerom, Robert. ‘La disposition generale du carrelage de la prélature à l’abbaye des dunnes’. De Duinen: bulletin van het wetenschappelijk en kultureel centrum van de duinenabdij en de Westhoek. Nr. 5, augustus 1962, 36-49. Abdijmuseum Ten Duinen.
Volgens een eigen berekening op basis van de tekening op figuur 3, zou de vloer meer dan 5000 tegels hebben geteld. Belangrijk is echter dat enkel de figuratieve tegels uit tinglazuur bestaan. De monochrome gele en donkere tegels ondergingen een eenvoudiger productieproces en werden afgewerkt met loodglazuur, wat goedkoper was en veel vaker voorkwam.
Van de 5000 tegels zouden er ca. 440 handbeschilderd zijn. De beschilderingen vallen onder te delen in vier categorieën: heraldische motieven, dieren en fabelwezens, portretten van mensen en tenslotte ensembles. In de volgende fotocarrousels worden enkele voorbeelden van elke categorie gegeven:
Tegelvloeren uit Nederland en Frankrijk
Zoals eerder vermeld kwamen dergelijke complexe geometrische patronen wel vaker voor in de middeleeuwen. Om af te sluiten kijken we naar enkele andere gelijktijdige voorbeelden uit West-Europa en hoe die corresponderen met Ten Duinen.
Vooreerst is er de 14de-eeuwse vloer van de kerk van Heukelum in Nederland (fig. 31, 32). Het patroon van deze vloer deelt zijn monochrome zwarte en beige tegels en geometrisch patroon met Ten Duinen. Het is echter nog gedetailleerder en bevat meer andersvormige tegels, waardoor het meer aanleunt bij een mozaïekvloer.
Een ander voorbeeld uit Nederland is de eveneens laatmiddeleeuwse vloer van het claustraal huis in het St.-Janskerkhof te Utrecht (fig. 33, 34). Het patroon van de tegelvloer werd gedocumenteerd bij de opgraving in de 19de eeuw en is gepubliceerd. Ook hier oogt het patroon veel drukker dan de abtswoning van Ten Duinen. Wel zien we dezelfde omranding met pijlvormig motief terugkeren en werden handbeschilderde mozaïeken weergegeven in een gelijkaardig kader, hoewel deze vloer uit een pak minder tinglazuurtegels bestond.
In Argenteuil nabij Parijs werd er in de crypte van de l’Abbaye Notre-Dame een tegelvloer uit de tweede helft van 13de eeuw aangetroffen (fig. 35). Qua patroon komt die goed overeen met Ten Duinen, met een gelijke structuur van een omkadering met binnenin vierkanten. Deze vloer is opgebouwd uit monochrome en incrustatietegels met afbeeldingen van o.a. Franse lelies, leeuwen en kastelen.
Aan de hand van deze voorbeelden is duidelijk dat de tegelvloer van de abtswoning vergelijkbaar is met andere exemplaren in Frankrijk en Nederland. Het gaat telkens om omkaderingen en vierkanten binnen een geometrisch motief, met gebruik van monochrome en figuratieve tegels. Dat op zich is geen unicum binnen West-Europa. De uitvoering is natuurlijk altijd bijzonder. Elke tinglazuurtegel is al uniek, en in Ten Duinen gaat het daarenboven om een zeer grote hoeveelheid, uiteenlopend vormgegeven handbeschilderde tegels en een goede bewaring van het geheel in situ...
De combinatie van dit alles is beslist opmerkelijk. Daarenboven dient vermeld dat binnen dit onderzoek de focus ligt op de abtswoning, maar dat er ook elders op de abdijsite tinglazuur tegels teruggevonden zijn. Zo werden er o.m. aangetroffen in het kloosterpand. Deze tegels uit het pand en andere losse vondsten tonen afbeeldingen van mensen en fabelwezens, evenals kleine vierkante en driehoekige tegels met een enkelvoudig bloemmotief. (fig. 36, 37, 38).